Kieviten

1977-1980

Onderzoek bij kieviten is de basis van het bestaan van Menork.
Feitelijk begon dat al in het eind van de jaren 70 van de vorige eeuw. In een klein vogelreservaatje van zo’n 9 hectare boerenland aan de Halligenweg/Ottemaweg te Molenend (ergens tussen Leeuwarden en Dokkum), bulkte het van de kieviten. Opmerkelijk, want juist daar werden geen eieren geraapt terwijl dat elders nog de gewoonte was om tot 19 april juist wel te doen. Vroege legsels zouden kansloos zijn vanwege koude terwijl latere legsels juist kansrijker waren (..).

1981-1989roodkerk1

Aanleiding voor Willem Bil en (wijlen) Jack Schuurs om in de jaren 80 (op 1 kilometer afstand van het Molenendster reservaat) een groter reservaat (bij Roodkerk aan de Kerkweg/Buitenveld) te stichten en daar de vogelstand ‘es’ nauwlettend te observeren (foto: observatiepost in Roodkerker broedreservaat). Ook hier op intensief boerenland, zij het wel met maximaal overleg met de (vier betrokken) boeren en de betrokken vogelwachters (markeren legsels en gebruik nestbeschermers bij een grote veebezetting). Nadat het 80 hectare grote gebied werd afgesloten voor eirapers en de eerste kievitslegsels meteen werden beschermd, groeide ook daar de populatie sterk. Duidelijk was in elk geval wel dat de eerste legsels niet verloren gingen door koude (wat in Fryslan tot op de dag van vandaag wordt geloofd), eerder het tegendeel: de eerste legsels leken juist meer jonge vogels op te leveren dan late..

1989-1998 roodkerk4

Alle reden om in de jaren 90 uitgebreid onderzoek te doen naar de overlevingskansen van vroege versus laatgeboren kievitskuikens. In de jaren 1991 tot en met 1997 werden op het Roodkerker boerenland liefst duizend pasgeboren kievitskuikentjes van (kleur)ringetjes in het nest voorzien. Vervolgens werden deze kievitsjongen nagenoeg dagelijks in de gaten gehouden (foto Jack Schuurs met twee bijna vliegklare kievitsjongen). Op basis van dit meerjaarlijkse onderzoek werd ons vermoeden bevestigd: vroege kievitskuikens hebben aanmerkelijk meer kans om te overleven dan later uit het ei gekomen kuikentjes.
Lees: Kievitenonderzoek-Roodkerk-1990-1997-Het Vogeljaar, 47 (1999) 2 (pdf 6,83 mb)
Lees: Kievitenonderzoek-Roodkerk-1990-1997-nadere analyse-Het Vogeljaar, 49 (2001) 2 (pdf 1,12 mb)

2000-2010

In de jaren 00 van deze eeuw is het onderzoek toegespitst op broedvogels. Daarbij vooral aandacht voor broedprestaties, overleving en trekstrategie van adulte vogels. Dit onderzoek heeft plaatsgehad in het weidevogelreservaat De Dulf van Staatsbosbeheer, een extensief veenweidegebied gelegen ten oosten van de Swynswei te Nijbeets.
Jaarlijks werden enkele tientallen broedvogels voorzien van individuele kleurmerken.dulf2
De reproductie was laag en relatief veel broedvogels hielden het na één jaar in de Dulf voor gezien. Opmerkelijk ook dat bijna de helft van de (gemarkeerde) broedvogels echt helemaal uit beeld verdween, een ander deel zettelde zich in opvolgende jaren in de directe omgeving van het reservaatsgeboed. Eén broedvogel van het eerste uur (2000- De Dulf) bleef trouw present als broedvogel aan de Janssenstichting (foto: poten kievit met kleurringcombinatie geel A1, deze werd vanaf 2000 tot en met 2010 bijna jaarlijks gesignaleerd).
Lees: “Wat is gunstig weidevogelbeheer?”-Geaflecht, september 2009″ (pdf 0,14 mb)

Geolocators

In de jaren 2007 en 2008 werden samen met wetenschapper Goetz Eichhorn ook dertig broedvogels voorzien van zogenoemde geolocaters (dataloggers). Deze apparaatjes bevatten een chipje dat lichtgegevens kan opslaan. Deze werden aan een kunststof pootring bevestigd (foto) en na terugvangst weer afgehaald. Op dat moment kan een goede analyse worden gemaakt waar de betreffende broedvogel zich had opgehouden. Dit onderzoek werd, in samenwerking met mensen van de Vogelwacht, ook gedaan op boeren(maïs)land gelegen aan de Janssenstichting te Nij Beets.dulf1
Uit de loggergegevens kwam vast te staan dat de wintergebieden van onze broedvogels zeer divers zijn. Er blijkt een grote spreiding in de overwintersgebieden te zitten (uiteenlopend van Ierland, Engeland tot eigen land en Portugal). De periode dat onze broedvogels uit Nederland verdwijnen blijkt vrij kort te zijn. Afhankelijk van de overwinteringsplek is dat tussen de twee en vier maanden. Eén kievit (man) presteerde het om Nederland niet eens te verlaten.

dulf3 Winterverblijfplekken van 8 kieviten met datalogger

Lees artikel dat in 2017 is verschenen in het internationale vakblad voor Ornithologen: Journal of Avian Biology.

>2010

Het onderzoek bij kieviten is op een laag pitje komen te staan. De aantallen zijn dermate geslonken dat onderzoek in en rond de Dulf weinig zinvol is. Bovendien zijn de oorzaken van de teloorgang dermate duidelijk dat beter energie kan worden gestoken in projecten die (nieuwe) kansen bieden.
Op boerenland zijn kieviten tegenwoordig in principe kansloos. Daarentegen gloort er hoop voor de kievit in gebieden waar boer en natuur de harmonie met elkaar willen herintroduceren.
Dat gebeurt in diverse projecten van agrarisch natuurbeheer, zoals het Skalsumernatuurbeheer en Skirns en Skrok.
Samen met lokale verenigingen wordt nagedacht over en gewerkt aan vergelijkbare projecten in de regio.