Knobbelzwaan

RAS project broedvogels

In 2008 begon Vogelringstation Menork in de persoon van Oebele Dijk met het RAS-project Knobbelzwaan. De bedoeling van ‘RAS’ is om in een bepaald, goed te overzien, gebied de broedvogels en hun jongen te volgen. Dat levert informatie op over plaatstrouw, de jaarlijkse overleving en de reproductie. Zwanen hebben als voordeel dat ze groot zijn en dus ook een grote ring aan de poot aangelegd krijgen. Dat maakt het mogelijk om de ringcode al van enkele tientafoto4llen meters met behulp van een verrekijker af te lezen. Dat levert ons de gewenste informatie op want dan weten we dat de vogel nog leeft en waar die op dat moment verblijft.

Proefgebied

Het proefgebied strekt zich uit in een zone Drachten en Aldeboarn en wel tussen het water van de Smalle- en Wijde Ee en westelijk van de autosnelweg de A7 tussen Drachten en Tjalleberd. In dit gebied werden enkele tientallen nesten getraceerd. Van de nesten werden nestkaarten bijgehouden.

Vangmethode

foto7Maar om de vogels inderdaad te kunnen herkennen, moeten ze worden gevangen en worden voorzien van de ringen. Dat gebeurt op het moment dat de zwanen grote jongen hebben en dat er een hechte familieband bestaat. Bovendien is dat ook de periode dat één van de ouders een verenrui ondergaat waardoor ze tijdelijk minder goed kunnen vliegen en dus gemakkelijker te vangen zijn. Het vangen gaat met behulp van een speciale haak. Deze methode lijkt van afstand onvriendelijker dan die in werkelijkheid is. De vogels worden snel overmeesterd en dat gebeurt natuurlijk door medewerkers van Menork die daarvoor een speciale training hebben ondergaan.

Onderzoeksmethode

foto6Naast de stalen ring om een poot met daarin een uniek nummer gegraveerd, worden namelijk ook enkele biometrische gegevens opgenomen. Bepaalde lichaamsmaten worden gemeten. Bij Knobbelzwanen gaat het dan om de lengte van de kop+snavel, de vleugellengte, de lengte van pen 10 en de maat van een botje van het loopbeen. Verder wordt elke zwaan gewogen en wordt ook het geslacht bepaald. Nadat al deze gegevens zijn genoteerd, worden de zwanen weer mooi in familieverband losgelaten. Genoeglijk zwemt het zwanengezin dan weer gezamenlijk weg en vanaf dat moment ook allen individueel herkenbaar aan de unieke pootringen.

 

foto1H5N1 virus

In de periode 2008-2011 werden een kleine honderd knobbelzwanen van een ring voorzien. Van al deze gevangen zwanen werd ook een uitstrijkje gemaakt. Dit is gebeurd om te onderzoeken of de zwanen ook virussen dragen die gevaarlijk kunnen zijn. Onderzoekers van de Erasmus Universiteit van Rotterdam hebben deze monster geanalyseerd en konden gelukkig vaststellen dat er geen schadelijke virussen werden aangetroffen.

Enkele wetenswaardigheden

Partner- en plaatstrouw

Een zwanenechtpaar blijft in de regel hun hele leven bij elkaar. Wanneer een partner ‘ineens’ ongeringd is, staat vrijwel altijd vast dat de eerdere partner iets is overkomen. Knobbelzwanen hebben ook een vast territorium, waar ze elk jaar ook weer in broeden. Knobbelzwanen leven van plantaardig voedsel dat ze al zwemmend uit het water filteren maar ze houden bijna vanzelfsprekend ook van het malse eiwitrijke raaigras dat massaal te vinden bij de hedendaagse melkveehouderijbedrijven.

Nestverstoring

Het komt regelmatig voor dat nesten worden vernield of dat zwanen worden verjaagd of, nog erger, worden gedood. Op basis van de Flora en Faunawet kan de provinciale overheid bij vermeende schade aan gewassen weliswaar ontheffing verlenen om deze handelingen te verrichten, in de praktijk gebeurt dat meestal illegaal. Met het onderzoek willen we ook inzicht krijgen in de impact en het werkelijke effect van dergelijk menselijk handelen.

Teveel zwanen

Wat boeren betreft zijn er al snel “teveel” van een soort die de gewassen kunnen aantasten. Teveel is echter een relatief begrip. Van welke hoeveelheid ga je uit? Een paartje Knobbelzwanen begint vaak met liefst 6 jongen. In de loop van het seizoen sterft, afhankelijk van de (voedsel)omstandigheden, een aantal jongen. Regelmatig blijven er uiteindelijk twee jongen over. Pas na 3 jaar zijn deze jongen zelf geslachtsrijp. Om te kunnen broeden, moeten ze wel een geschikt territorium vinden. En dat is alleen voorhanden als er een gebied met voedsel vacant ligt. Daarmee wordt eigenlijk al duidelijk dat de aantallen worden bepaald door voedselaanbod.

Groepsvorming

In de late herfst en winter verblijven de zwanen wel in groepen bij elkaar. Meestal op het IJsselmeer, het Lauwersmeer of de Randmeren. Ook kun je op sommige weilanden met kennelijk energierijk voedsel soms wel een groep van honderd Knobbelzwanen tellen. Vaak zijn het dezelfde stukken weiland waar ze vrijwel de hele winter op blijven. Sommige broedvogels verlaten dus in het najaar en/of winter hun eigen territorium om in groepen samen te (over)leven.

Terugmeldingen 2015

De grote ringen hebben als voordeel dat ze van afstand te zien zijn. Met behulp van een goede verrekijker of telescoop is de ringcode van tientallen meters afstand te identificeren. Dat levert dus ook zo nu en dan mooie informatie op. Onder Lemmer aan de Grietenijdyk traceerden Willem, Wender en Gerrit op 31 december 2014 bij toeval een echtpaar Knobbelzwaan met één jong. Eén van de oudervogels droeg een ring. Omdat de vogels niet al te ver van de weg in een weiland scharrelden, werd de auto aan de kant gezet en met behulp van een telescoop de ring afgelezen. Ondanks het vrij lange raaigras, kon de code worden gespot, te weten BP11. Wat bleek, deze zwaan ringden we zelf op 21 augustus 2008 aan de Seagerij ten westen van de A7 te Terwispel. Toen een jong dat deel uitmaakte van een gezin met 4 jongen en nu dus een broedvogel van een territorium dat hemelsbreed op 27 kilometer afstand ligt van de geboorteplek.foto8

Op 2 januari 2015 is het al weer raak. Dan wordt een pootring door Willem en Wender afgelezen aan de Swynswei onder Nijbeets. Het betreft een adulte vogel die deel uitmaakt van een groepje van totaal vijf adulte zwanen. De afgelezen ring betreft ook een eigen jonge knobbelzwaan. Deze werd geringd op 11 september 2010 en maakte deel uit van een gezin met liefst zeven kinderen (foto). Onbekend is of deze vogel al tot broeden is gekomen.

Voortgang

In de jaren 2012 tot en met 2018 zijn geen knobbelzwanen geringd in het proefgebied.
Het onderzoek zal mogelijk de komende jaren weer worden voortgezet.